Achtergrond
Ortho Linea is in 2006 opgericht op initiatief van Jan Blaauw. De doelstelling van deze opzet had primair te maken met het verzorgen van orthomoleculaire scholing op onafhankelijke basis. Daarnaast was voor Blaauw de evidence-based benadering (de wetenschap dat de inzet van een orthomoleculaire stof ook wetenschappelijk onderzocht is in relatie tot de toepassing, de ziekte) van belang.
Natuurlijk ontkom je er niet aan dat er ook stoffen zijn die emperisch hun waarde hebben laten zien (geen onderzoek, maar wel ervaring).
Door de sterke relatie met natuurgeneeskunde zijn er ook activiteiten binnen Ortho Linea ontwikkeld om arts en therapeut te voorzien van actuele bij- en nacholing. Een goed voorbeeld is ondermeer het kunnen volgen van de cursus Darmtherapie.
Het belang van orthomoleculaire- en natuurgeneeskunde
De ontwikkelingen in de gezondheidszorg wijzen in de richting dat orthomoleculaire- en natuurgeneeskunde de toekomst hebben. Kijk maar eens naar de invloed van glucosamine in de reumatologie. Het inzetten van visolie bij hart- en vaatziekten en bij gedrag- en leerproblemen.
De invloed van selenium bij het terugdringen van kanker. De invloed van foliumzuur bij een verhoogde homocysteïnespiegel en als preventie tijdens zwangerschap (open ruggetje). Het inzetten van specifieke probiotica bij eczeem, allergie, immuniteit en diarree (met name na antibiotica gebruik) is goed onderzocht. Het belang van vitamine D bij osteoporose, versterking van de immuniteit, bij MS en fibromyalgie. De opsomming stopt hier niet!
Integratie met reguliere geneeskunde
De term ‘orthomoleculair’ is voor het eerst gebruikt door Linus Pauling, tweevoudig Nobelprijswinnaar.
Natuurlijke voedingsstoffen worden steeds meer betrokken bij wetenschappelijk onderzoek. Hierbij wordt ook duidelijk dat er naast de therapeutische effecten ook andere voordelen te behalen zijn. Het belangrijkste hierbij is het feit dat er veelal geen bijwerkingen zijn. Juist in onze opleidingsactiviteiten wordt een brug geslagen tussen de orthomoleculaire gezondheidszorg en de natuurgeneeskunde enerzijds én de reguliere geneeskunde anderzijds . Het gaat dan niet meer om alternatieve opleidingsactiviteiten, maar om additieve/complementaire opleidingsactiviteiten, die zich mogen meten waar een wetenschappelijke benadering om vraagt!