Schermafbeelding 2016-09-25 om 16.20.07

Tien jaar geleden richtte Jan Blaauw opleidingsinstituut Ortho Linea op. De redactie van MBOG Magazine sprak met hem over de afgelopen 10 jaar, het heden en zijn toekomstplannen.

Wat was de reden om Ortho Linea op te richten?
‘Vóór Ortho Linea ben ik 11 jaar assistent-coördinator geweest van Stichting Orthomoleculaire Educatie en heb daar ook lesgegeven. Uiteindelijk bleek dat daar niet echt een toekomst voor mij was weggelegd, dus ik nam afscheid en ben gaan werken voor Springfield. In die jaren kreeg ik meer en meer een besef en een beeld van hoe ik dacht dat de opleiding van een aankomend orthomoleculair therapeut eruit zou moeten zien; qua opleidingsstructuur en qua inhoud van de lessen.
In 2006 kwam ik op eigen benen te staan en ben ik, aanvankelijk eerst met een compagnon, Ortho Linea gestart. Na 4 jaar ben ik alleen doorgegaan.
De kennis en kunde zat vooral bij mij, omdat ik zelf voornamelijk orthomoleculair en natuurgeneeskundig ben opgeleid. In 2006 ging dus de eerste orthomoleculaire opleiding van start, die toen ook geaccrediteerd werd door de MBOG. Dat eerste jaar hadden we 16 studenten. Het was een pittig jaar voor ons, want gaandeweg het jaar werd de opleiding steeds meer vormgegeven. De lessen werden gegeven op verschillende locaties, maar sinds 2012 hebben we een eigen leslocatie in Zoetermeer. Daarnaast hebben we een locatie in Soesterberg.
We begonnen met 1 opleiding en inmiddels hebben we meerdere opleidingen en bijscholingen gecreëerd waaronder de Medische Basiskennis die ook CPION-erkenning heeft vanaf oktober 2014. Alle opleidingen hebben te maken met de orthomoleculaire geneeskunde en natuurgeneeskunde.
De natuurgeneeskunde is breder dan de orthomoleculaire geneeskunde en er vallen uiteenlopende principes onder, welke selectief worden gebruikt door Ortho Linea. Wat voor mij belangrijk is en wat vanaf het begin een grondgedachte is geweest, is het uitgangspunt dat de darm centraal staat; gezondheid en ziekte beginnen bij de darmen. Dat is de reden dat ik de natuurgeneeskunde binnen de orthomoleculaire opleidingen geïntroduceerd heb. Vanaf het begin heb ik altijd gewerkt met externe docenten die werkzaam zijn in hun eigen vakgebied; momenteel bestaat het team ongeveer uit 20 docenten.’

Wat onderscheidt Ortho Linea van andere opleidingsinstituten?
‘Het belangrijkste verschil met andere opleidingsinstituten is, dat Ortho Linea onafhankelijk is en niet gelieerd is aan een firma. En dat zie je ook terug in de lessen. We zullen geen rijtjes geven van bijvoorbeeld ziektebeelden en middelen die je in kunt zetten, we gebruiken geen vademecums en we bevelen geen specifieke supplementen aan. Wij proberen op een andere manier om te gaan met middelen die ingezet kunnen worden. Van begin af aan willen we onze studenten leren grip te krijgen op de verschillende voedingsstoffen en hier kritisch naar te kijken. Wat kun je ermee? De vraag die daarop volgt is: hoe moeten die voedingsstoffen eruit zien? Welke verbinding kun je het beste kiezen? Vervolgens gaan we kijken of je die stoffen ook in bepaalde systemen kunt plaatsten.
Daarna gaan we kijken of er voor een bepaalde stof en het beeld waarvoor je die in zou willen zetten, ook een onderbouwing bestaat. Deze gedachtegang loopt als een rode draad door de gehele opleiding met als doel, dat aan het einde van de opleiding een student begrijpt waaróm hij bepaalde stoffen inzet. Een ander onderscheid is, dat ik sinds 2006, meer dan andere opleiders, een verbinding wil maken met de reguliere geneeskunde door evidence based te werken. Hierdoor kan het zomaar voorkomen dat er voor een
bepaald ziektebeeld maar drie stoffen zijn, die een positieve invloed zouden kunnen hebben. Hier zitten dan niet de 10 stoffen bij, die ook zouden kunnen werken en die in bepaalde middelen zitten of in een vademecum voorkomen.’

Deze gedachtegang brengt waarschijnlijk veel onderzoek en werk met zich mee bij het samenstellen van de lesinhoud?
‘Het vergt zeker veel werk, maar de gedachtegang zelf is duidelijk en tegenwoordig is het internet een belangrijk hulpmiddel. Het is daarnaast zeer interessant werk.
Onderdeel van de opleiding is, dat we studenten een scriptie laten schrijven over een bepaalde voedingsstof. Hierbij geven we een aantal vaste onderdelen aan, die onderzocht moeten worden via uiteenlopende wetenschappelijke
bronnen. Door dit onderzoek hoop ik dat studenten inzicht gaan krijgen in het toepassen van middelen en dat ze niet alles zomaar overnemen en aannemen, maar dat ze ook zelf kritisch blijven. Ze leren daarnaast
zoeken en selecteren. Dit is eigenlijk vanaf het begin af aan een belangrijke doelstelling geweest om Ortho Linea te starten.’

“Van begin af aan willen we onze studenten leren grip te krijgen op de verschillende voedingsstoffen en hier kritisch naar te kijken.”

Is er in deze gedachtegang die aan de basis ligt van Ortho Linea, iets veranderd door de ervaring die je hebt opgedaan de afgelopen 10 jaar?
‘Dat denk ik wel ja. Een van de dingen die is gebleken, is dat evidence based werken soms met een korreltje zout genomen mag worden. Het is duidelijk dat er in onderzoeken veel gerommeld wordt. De kunst is om dat te doorzien en kritisch te blijven kijken. Zelfs als het om ’gunstig’ onderzoek gaat vanuit onze eigen branche! Het tweede aspect is dat er middelen zijn, die zo goed werken dat een aantal firma’s - met name regulier getint - daar patent op heeft aangevraagd en dat die middelen geregistreerd zijn als medicijn. Hierdoor zijn
er middelen die zowel als medicijn verkrijgbaar zijn en ook als voedingssupplement.
Voorbeelden zijn ginkgo biloba, visolie en carnitine. Hierdoor hebben deze stoffen een duale status gekregen. Ik denk dat het belangrijk is altijd de actualiteit te blijven volgen, veranderende beelden in kaart te blijven brengen en altijd een kritische houding te blijven behouden.
De slogan die ik vanaf de oprichting heb gehad ‘Orthomoleculaire geneeskunde heeft de toekomst’ blijkt in mijn ogen méér en méér de waarheid weer te geven, omdat er steeds meer interesse is in dit vakgebied, het steeds vaker wordt toegepast en het steeds dichter tegen de reguliere geneeskunde aanleunt. Dat laatste merk ik in het aantal lezingen dat ik heb mogen geven aan bijvoorbeeld de Universiteit van Amsterdam aan studenten psychologie vorig jaar. Die gingen over Food for Thought. Ik stond naast drie professoren en ik mocht het hebben over de relatie tussen de darmen en de hersenen. En dat was een interessant onderwerp voor die studenten, want daar wisten ze eigenlijk niets vanaf.
Ook heb ik mogen spreken voor farmacie- en geneeskundestudenten van de Universiteit van Utrecht dit jaar. En ook daar kreeg ik reacties als: waarom weten wij dit niet? Hoe kan het dat dit niet zit ingesloten in onze opleiding?
Dat was een heel goede vraag en die leidde tot een nuttige discussie. Uiteraard hadden we het over voedingsstoffen die echt goed zijn onderzocht. Waar we onder andere over gehad hebben is het gebruik van foliumzuur. Wij zijn nu zover dat foliumzuur uit den boze is. Dat geef je niet meer. We geven nu 5-methyl-hydrofolaat (5MTHF). Maar daar is helemaal geen kennis over.’

Hoe komt het dat dit soort onderwerpen niet is ingesloten in universitaire studies?
‘Ik denk dat dat komt omdat voeding eigenlijk een beetje een ondergeschoven kindje is. Geneeskundestudenten houden zich niet bezig met dit soort stoffen. Het gaat hier om voedingsstoffen en niet om medicijnen. Oneerbiedig gezegd zijn het medicijnstudenten en geen geneeskundestudenten. Ik voorzie niet dat op korte termijn kennis over voeding en voedingsstoffen wordt geïntegreerd in het curriculum, maar ik zie wel dat er interesse bestaat onder studenten. Als zij na hun studie aan het werk gaan, zullen ze allemaal mensen tegenkomen in hun praktijken of apotheek die hier wel mee bezig zijn. Hoe deze kennis geïntegreerd zal moeten worden, dat weet ik niet. Ik denk dat dat vanuit de studenten zelf zal moeten komen.
Toch is er ook beweging onder artsen. Onlangs is er een groep ‘Arts en Voeding’ ontstaan, die recent een congres heeft georganiseerd waar 400 artsen aanwezig waren. Dat geeft wel degelijk aan dat er meer interesse ontstaat. Zelf zou ik wel een rol willen spelen bij de integratie van beide werelden en ik denk dat er in Nederland meerdere personen zijn die hier heel goede ideeën over hebben. Waar dat aan te knopen of wat het startpunt is, dat weet ik niet. Misschien dat het nu net iets te vroeg is. Je ziet een beweging ontstaan, maar misschien
is het op dit moment nog te vroeg om daarop in te stappen.’

Ortho Linea bestaat 10 jaar en dat wordt gevierd met een speciaal congres.
‘Op zaterdag 19 november organiseren we het AGEs-congres in het Kontakt der Kontinenten in Soesterberg.
Vanaf 2006 behandel ik al het begrip AGEs (Advanced Glycation Endproducts) in de lesstof als mogelijke ontwikkeling van een verstoring of risico in het lichaam. In die tijd was hier bijna niets over bekend. In 2012 ben ik tegen een apparaat aangelopen waarmee je AGEs kunt meten en ook dat heb ik binnen de opleiding betrokken. AGEs ontstaan in het lichaam door een combinatie van suiker en eiwitten. Normaal gesproken kan het lichaam AGEs opruimen, maar als het teveel wordt kunnen AGEs oxidatieve stress en ontstekingen veroorzaken en weefsels in het lichaam gaan verstoren, zoals nieren, hersenen, botstelsel, hart en ogen.
Een aantal jaar geleden is er een handzamer apparaat op de markt gekomen om AGEs te meten. De bedoeling was dat een vereenvoudigde versie van dit apparaat bij de huisartsen terecht zou komen. Waarom dit niet is gebeurd, weet ik niet. Wat ik wel heb gemerkt is dat veel huisartsen nog nooit van AGEs hebben gehoord.
Het onderwerp wordt ook wel gebagatelliseerd; zo van: dan moet je maar wat gezonder eten. Voor een deel klopt dit, omdat een deel van de AGEs via de voeding binnenkomt. Het andere deel wordt echter in het lichaam zelf geproduceerd. Aangezien de nieren verantwoordelijk zijn voor de uitscheiding van AGEs, is ook de werking van de nieren van belang.
Het apparaat wordt door steeds meer therapeuten en artsen in Nederland gebruikt, maar het wordt ook gebruikt voor onderzoek. Inmiddels zijn er meer dan 120 peer reviewed onderzoeken gepubliceerd waarbij dit apparaat betrokken was. Er wordt breed onderzoek gedaan; onder andere bij COPD, bij zwangeren en bij mensen met vaatschade en etalagebenen. Momenteel loopt er ook onderzoek aan de Universiteit van Maastricht. Omdat dit onderwerp de opleiding van Ortho Linea mede onderscheidt van andere opleidingen,
leek het mij leuk om hier een congres over te organiseren. Hiermee wil ik ook terugkijken op de ontwikkelingen over AGEs de afgelopen 10 jaar. De sprekers staan inmiddels vast. Zo mag ik Pim Christiaans verwelkomen. Hij schreef onder meer De houdbare man, De houdbare vrouw en Check je houdbaarheid. Daarnaast zullen Jibin Chi, professor doctor Schalkwijk, die mede bekend is door de uitspraak ‘de zoete inval’, en ikzelf op het congres spreken.
We gaan het hebben over: Wat zijn AGEs? Hoe ontstaan ze? Hoe breng je ze in kaart? Wat brengen ze teweeg in het lichaam? en Wat kun je ertegen doen? Deelnemers die nog niets van AGEs afweten, krijgen een zeer interessant onderwerp voorgeschoteld en deelnemers die al meer weten, worden bijgepraat over het onderwerp. Alle informatie over het congres is te vinden op een speciale website.’

Waar gaat Ortho Linea naartoe de komende jaren?
Naar een verdere professionalisering die tot uiting komt in onder andere een vierjarige opleiding. Daarnaast willen we nieuwe, originele opleidingen gaan ontwikkelen. Een nieuwe interessante opleiding over een onbekende groep voedingsstoffen! En natuurlijk het jubileumcongres over AGEs. Dit is ons eerste congres en we kijken er enorm naar uit!’

Alle informatie over het congres is te vinden op
www.agescongres.nl.

Informatie over de Ortho
Linea en de verschillende opleidingen is te vinden
op www.ortholinea.nl


Bron: MBOG Magazine 2e editie 2016